Visie en doelstellingen

 

    De Gemeente is ontstaan als gevolg van een profetisch woord, dat herhaalde malen bevestigd is, en zij heeft haar deuren geopend op woensdagavond 25 september 1996.

 

    De Here Jezus Zelf is het Hoofd van de Gemeente, en de Heilige Geest wordt de vrijheid en ruimte toegekend, die Hij wil hebben.

 

    Het sleutelwoord van de Gemeente is herstel (restoration); Jezus, Die gisteren en heden Dezelfde is, ja, en tot in eeuwigheid (Heb. 13: 8), wil nog steeds herstellen:

 

       herstel van de mens naar lichaam, ziel en geest;

       herstel van de vijfvoudige bediening in de (plaatselijke) Gemeente;

       herstel van eenheid onder Christenen, en tussen kerken en gemeenten, evenwel zonder om compromissen te sluiten. 

 

    In Gods Woord worden we opgeroepen om de heiliging na te jagen, zonder welke niemand de Here zal zien (Heb.12:14).

 

    De Gemeente zal zich daarom ook radicaal opstellen tegenover de wereld en de geest van de wereld.

 

 

Tijdens de diensten:

    loven, prijzen en aanbidden wij God Drieënig (Ps.103:1, Matt. 4:10,  Joh. 4: 23,24,  Openb. 19:1, 6);

    we klappen daarbij in de handen ( Ps. 47:1);

    we jubelen en juichen (Ps. 33:1,  5:11);

    we heffen onze handen op (Ps. 63: 5,  134: 2,  1Tim. 2: 8);

    we dansen erbij van vreugde (Ps. 149: 3a,  150: 4a);

    we use all kinds of musical instruments (Ps. 150: 3 – 5);

    we zingen staande, indien mogelijk (2Kron. 20:19, Openb. 7: 9, 10);

    we zingen geestelijke liederen en koortjes (Efez. 5: 19, 20, Kol. 3:16);

    we zingen o.a. in het Nederlands en Engels, maar ook in tongen (1Kor. 14:14,15);

    er wordt in de diensten ruimte gegeven voor profetie (Amos 3: 8, 1Kor. 12: 7-10);

    in de diensten bidt de gehele Gemeente voor specifieke behoeften (Hand. 4: 24a)

 

 

Om het Koninkrijk van God te kunnen vestigen in Groningen (en Ommelanden), draagt een ieder ook bij met tienden en offeranden (Mal. 3:10, Luc. 6: 38, Deut. 16:17).

 

 

    We verheugen ons erin, dat God Zich nog steeds ontfermt over het volk Israël (Rom. hst. 9-11)